Uitgelicht binnen de thema’s van

Een Cursus In Wonderen


Ralph Waldo Emerson


Ralph Waldo Emerson inspireert. Zijn woorden zijn vaak gelijk aan een
snelstromende beek waarin alles in een adembenemende stroomversnelling
wordt meegevoerd, om een moment later een verbijsterende stilte aan
te brengen waarin alles zichzelf ogenblikkelijk terugvindt...





Op deze pagina:



De verschijning achter de woorden

Dat wat God in mij toont, versterkt mij

Uit het dagboek










De verschijning achter de woorden

Ralph Waldo Emerson was een lange slanke verschijning met
zachtaardige maar doordringende ogen, die altijd de zon in zich leken
te dragen. Zij schenen met gemak naar binnen te kijken in waar zij naar
keken en verlichten zich wanneer hij enthousiast raakte. Of hij nou alleen
was of in gezelschap, er was altijd die eeuwig verwelkomende schittering
in zijn ogen; een manifesterende zachtaardigheid en een aanhoudende
voorkeur voor anderen, vrienden dan wel vreemden.

Hij was zonder de bewuste zelfwaardering en zelfopdringerigheid
die aanwezigheid bevat. Maar er was die teruggehouden manier, die
zich voordeed met zo
n exclusiviteit, dat geen persoonlijke fascinaties
of aantrekkingskracht die konden evenaren of uitleggen. Hij bracht niet
zozeer feiten en ervaringen als wel dat hij in elke uithoek het feit en de
ervaring was, binnentredend in de bron van leven en onmiddellijk in
de regionen van motief binnendringend. In elk moment was hij “een
schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toe.


Ralph Waldo Emerson had charisma. Hij bezat het vermogen om een
betovering te weven - bijkans onmiddellijk deed hij je vergeten in wiens
aanwezigheid je verkeerde. Hij opende vergezichten, om op alles wat hij
aanraakte een gevoel van originaliteit achter te laten. De invloed van zijn
zachtaardige sereniteit op mensen zou veredelend genoemd kunnen worden,
maar het was meer; zij werden door zijn aanwezigheid nogal boven zich-
zelf gelicht om hun hoogste momenten te vinden. De bron hiervan wordt
gevonden in dat zijn gedachten vervuld waren van de Heilige Geest,
zodat elk fenomeen zijn natuurlijke plaats innam, altijd de ziel
herstellend tot zijn natuurlijke relatie met het Ongeziene.

Zijn stem was in de lage toon van iemand die gewend is
dat er naar hem wordt geluisterd, in conversatie inschikkelijk,
zachtmoedig en scherpzinnig en niemand zou de heilzame
ervaring van naar hem luisteren kunnen vergeten.










Dat wat God in mij toont, versterkt mij

In deze schitterende zomer is het een luxe geweest om de adem
van leven in te ademen. Het gras groeit, de knoppen barsten open en
de weiden zijn bevlekt met vuur en goud in de tinten van de bloemen.
De lucht is gevuld met vogels en zoet met de adem van de den, het
balsem van Gilead en het nieuwe hooi. De nacht brengt geen mistroos-
tigheid naar het hart met zijn welkome schaduw. Door de transparante
duisternis gieten de sterren hun bijna spirituele stralen. De mens onder
hen is gelijk een jong kind en zijn gigantische globe een speeltje.

De koele nacht baadt de wereld als met een rivier en bereidt haar
ogen weer voor op de karmozijnrode dageraad. Het mysterie van de
natuur werd nooit eerder zo gelukkig weergegeven. Het maïs en de wijn
zijn vrijuit onder alle schepselen uitgedeeld en de nooit verbroken stilte
waarmee de oude vrijgevigheid voortgaat, is nog niet voor een woord
van uitleg gezwicht. Men is genoodzaakt om de volmaaktheid van deze
wereld, waarin onze zintuigen zich onderhouden, te respecteren.

Hoe wijd, hoe rijk; wat een uitnodiging vanuit elk stuk land geeft zij aan
elk vermogen van de mens! In haar vruchtbare aarde, haar navigeerbare zee,
in haar bergen van metaal en steen, in haar bebossing van alle wouden, in haar
dieren, in haar chemische ingrediënten, in de vermogens en haar baan van licht,
hitte, aantrekkingskracht en leven, is het wel degelijk het merg en het hart van
grootse mensen waard om zich aan haar te onderwerpen en van haar te genieten.
De planters, de werktuigkundigen, de uitvinders, de astronomen, de bouwers
van steden en de kapiteins die de geschiedenis zich verheugt te eren.

Maar wanneer de geest zich opent en de wetten openbaart die het
universum traverseren en de dingen maken zoals zij zijn, dan krimpt de
grootse wereld ineens terug tot een illustratie en een verzinsel van zijn geest.
Wat ben ik? En wat is dit? Vraagt de menselijke spirit met een nieuw ont-
vlamde, maar nooit bevredigde nieuwsgierigheid. Aanschouw deze uiteen-
lopende wetten die ons onvolmaakte begrip op deze manier kan zien en op
die manier, maar niet volledig af kan ronden. Aanschouw deze oneindige
relaties, zo gelijk, zo ongelijk, zo velen, doch één. Ik zal studeren, ik
zal weten, ik zal voor eeuwig aanbidden. Deze gedachtewerken
zijn in alle eeuwen de bezigheden van de geest geweest.

Een meer geheim en overweldigender schoonheid verschijnt aan
de mens wanneer zijn hart en zijn geest zich openen voor het sentiment
van deugdzaamheid. Dan wordt hij geïnstrueerd in wat zich boven hem be-
vindt. Hij leert dat zijn bestaan zonder beperking is, dat hij tot het goede,
het volmaakte is geboren. Zo laag als hij zich nu in kwaadaardigheid en
zwakte bevindt; dat wat hij vereert is nog steeds zijn eigen, alhoewel
hij het zich nog niet heeft gerealiseerd. Hij zou dat moeten doen.

Hij kent de betekenis van dat gewichtige woord, alhoewel zijn
analyseren geheel faalt het op te merken. In zijn onschuld, of door een
intellectuele waarneming verwerft hij te zeggen: “Ik houd van het Goede.
De Waarheid is prachtig vanbinnen en vanbuiten - voor eeuwig. Deugdzaam-
heid, ik ben de Uwe; verlos mij, gebruik mij, U zal ik dag en nacht dienen,
in het grote, in het kleine, opdat ik niet deugdzaam mag zijn maar deugd.”
Dan is het einde van de schepping beantwoord en God is oprecht blij.

De openingsregels van het
Divinity School Address











Uit het dagboek

Laat de glorie van de wereld gaan waar zij wil, de geest
heeft zijn eigen glorie. Wat hij doet is blijvend. Niemand kan
vele heren dienen. En de keuze is jou vaak niet gegeven tussen
grootsheid in de wereld en de grootsheid van de ziel, welke
jij zult kiezen, want beide voordelen zijn niet verenigbaar.

De nacht is prachtig; de sterren storten hun onverbiddelijke
invloeden over mij uit en ik voel een vreugde in mijn eenzaamheid
die het vermaak van het alledaagse genootschap nooit kan commu-
niceren. Er is een plezier in de gedachte dat de precieze toon van mijn
geest op dit moment wel eens nieuw zou kunnen zijn in het universum;
dat de emoties van dit uur in de gehele eeuwigheid van het deugdzaam
bestaan wel eens bijzonder en uitzonderlijk zouden kunnen zijn.

Ik leid een nieuw leven. Ik occupeer een nieuwe grond in
de wereld van geesten, die voorheen onbewoond was. Ik begin
een carrière van gedachte en actie die zich voor mij uitstrekt in een
verre en duizelende eeuwigheid. Vreemde gedachten komen op als
engelen op mijn pad en wenken mij verder. Ik heb geen twijfel
dat ik de hoofdweg betreed die mij naar het Goddelijke voert.

Charleston, 17 April 1827







Links naar de overige themas


De index ~ Het licht ~ Een open deur ~
De vreugdevolle roep ~ Een groots ontwaken