
De roep van de Hemel
zowel als de aarde is in jou
De Heilige Geest is de geest van vreugde. Hij is de roep om
terug te keren waarmee God de Geesten van de gescheiden Zonen
heeft gezegend. Dit is de roeping van de geest. De geest had tot de
scheiding geen roeping, want voorheen had zij alleen bestaan en zou de
roep tot juist denken niet hebben begrepen. De Heilige Geest was God
Zijn antwoord op de scheiding; het middel waardoor de Verzoening kon
repareren totdat de gehele geest tot scheppen terug zou keren. De Ver-
zoening en de scheiding begonnen op hetzelfde moment. Toen de mens
het ego maakte plaatste God in hem de roep van vreugde. Deze
roep is zo sterk dat het ego altijd oplost bij het geluid ervan.
Dat is waarom jij kunt kiezen om naar twee stemmen binnenin jou te
luisteren. Eén die jij zelf hebt gemaakt en die is niet van God. Maar de
andere is jou door God gegeven, Die jou alleen vraagt om ernaar te luis-
teren. De Heilige Geest is in een zeer letterlijke zin in jou. Hij is de Stem
die jou terugroept naar waar jij voorheen was en weer opnieuw zult zijn.
Zelfs in deze wereld is het mogelijk om alleen deze Stem te horen
en geen andere. Het vergt inspanning en een grote bereidheid om te
leren. Het is de uiteindelijke les die ik leerde en Gods Zonen zijn even
gelijkwaardig als leerlingen als zij als Zielen zijn. De Stem van de Heilige
Geest is de roep voor de Verzoening, of het herstel van de integriteit van
de geest. Wanneer de Verzoening compleet is en het hele Zoonschap is
geheeld zal er geen roep om terug te keren zijn, maar wat God schept
is eeuwig: De Heilige Geest zal bij de Zonen van God blijven om hun
scheppingen te zegenen en hun in het licht van vreugde te houden.
Een fragment uit hoofdstuk 5 van Een Cursus In Wonderen
|

De roep naar het gezochte
Oh, aan macht onderworpen, door geloof gedreven,
op aarde geboren ras. Oh, onbeduidende avonturier in een
oneindige wereld, gevangene van een minieme menselijkheid:
Hoe lang zul jij de cirkelende sporen van de geest rondom
jouw kleine zelf en onbetekenende dingen betreden?
Maar jij werd niet bedoeld voor een veranderlijke kleinheid;
jij werd niet gebouwd voor zinloos herhalen. Uit de Onsterfelijke
substantie werd jij gemaakt. Jouw acties kunnen gezwinde, onthullende
stappen zijn; jouw leven een veranderlijke mold voor opgroeiende
goden. Een Ziener, een sterke Schepper leeft vanbinnen.
De vlekkeloze Grootsheid broedt over jouw dagen, almachtige ver-
mogens zijn opgesloten in de cellen van de Natuur, een grotere bestem-
ming wacht jou in het vooruitzicht. Dit vergankelijke aardse wezen kan,
als hij wil, zijn handelingen in een transcendent stelsel passen. Hij, die nu
met onwetende ogen naar de wereld staart, nauwelijks uit de onconsciën-
tieuze nacht gewekt - ogen die naar beelden kijken en niet naar de
waarheid - hij kan deze sferen met een onsterfelijk zicht vullen.
Nochtans zal de godheid in jouw hart groeien; jij zult ontwaken
in de atmosfeer van de Spirit en de brekende muren van de sterfelijke
geest voelen. Jij zult de boodschap horen die het hart van leven verstomd
heeft gelaten, door de Natuur heen kijken met naar de zon starende
oogleden en jouw trompethoorn aan de Eeuwige poort blazen.
Auteurs van de hoge veranderlijkheid van de aarde, aan jou is het gegeven
om de gevaarlijke plekken van de ziel over te steken en - klaarwakker -
de machtige Moeder aan te raken: De Almachtige in dit huis van vlees te
ontmoeten en van dit leven de miljoenen-belichaamde Ene te maken.
De aarde die jij betreed is een grensgebied afgeschermd van de
hemel, het leven dat jij leidt verbergt het licht dat jij bent.
‘Savitri' - Sri Aurobindo
|

Het heden vinden
Kijk liefdevol op het heden, want het bevat de enige dingen die
ooit waar waren. Alle heling ligt erin want haar continuïteit is echt.
Zij breidt zich naar alle aspecten van bewustzijn op hetzelfde moment
uit en stelt hun aldus in staat om elkander te bereiken. Het heden is
voor-
dat tijd bestond en zal er zijn wanneer tijd voorbij is. Erin bevindt zich alles
wat eeuwig is en zij zijn één. Hun continuïteit is tijdloos en hun commu-
nicatie in ononderbroken, want zij worden niet door het verleden
gescheiden. Alleen het verleden kan scheiden en het is nergens.
Het heden biedt jou jouw broeders in het licht dat jou met hen
zal verenigen en jou van het verleden zal bevrijden. In deze ene stille
dimensie van tijd, die niet is veranderd en waar geen spoortje is van
wat jij was, kijk jij op Christus en roep jij Zijn getuigen voort om op
jou te schijnen. Zij zullen de waarheid in jou niet ontkennen, want
jij hebt naar de waarheid in hun gezocht en haar daar gevonden.
Nu is de tijd voor verlossing, want nu is de bevrijding van tijd.
Reik uit naar al jouw broeders en raak hun met de aanraking van
Christus aan. In tijdloze vereniging met hen is jouw continuïteit, ononder-
broken omdat het volledig is gedeeld. Gods schuldloze Zoon is louter
licht.
Er is nergens duisternis in hem want hij is heel. Roep al jouw broeders
op om van zijn heelheid te getuigen zoals ik jou roep om je met mij te
verenigen. Elke stem heeft een aandeel in het lied van de Verlossing,
de lofzang van vreugde en dankbaarheid voor het licht, naar de
Schepper van Licht. Het heilige licht dat vanuit Gods Zoon
voortschijnt is de getuige dat Zijn licht van zijn Vader komt.
Schijn op jouw broeders in de herinnering van jouw Schepper en jij
zult je Hem herinneren als jij de getuigen van Zijn Schepping voortroept.
Zij die jij heelt getuigen van jouw heling, want in hen heelheid zul jij jouw
eigen zien. En als jouw lofzangen van liefde en vreugde naar jouw Schep-
per oprijzen, zal Hij jouw dankbaarheid beantwoorden in Zijn duidelijke
antwoord op jouw roep. Want het kan nooit zo zijn dat Zijn Zoon
Hem
aanroept en onbeantwoord blijft. Zijn roep aan jou is slechts jouw
roep aan Hem en in Hem ben jij beantwoord door Zijn vrede.
Een fragment uit hoofdstuk 13 van Een Cursus In Wonderen
|

De brief van Paulus
aan de Romeinen
Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid die uit de wet is,
zeggende: “De mens die deze dingen doet zal door dezelve leven.”
Maar de rechtvaardigheid die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg
niet
in uw hart: “Wie zal in den Hemel opklimmen?” Hetzelve is Christus van
boven afbrengen. Of: “Wie zal in den afgrond nederdalen?” Hetzelve is
Christus uit de doden opbrengen. Maar wat zegt zij? “Nabij
u
is het
Woord, in uw mond en in uw hart.” Dit is het Woord des geloofs, het
welk wij prediken. Namelijk; indien gij met Uw mond zult belijden den
Heere Jezus Christus en met uw hart geloven dat God Hem uit de
doden
opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden. Want met het hart gelooft men
ter rechtvaardigheid en met den mond beleid men ter zaligheid.
Want de Schrift zegt: “Een iegelijk die in Hem gelooft die zal niet
beschaamd worden.” Want er is geen onderscheid, noch van Jood,
noch van Griek. Want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over
allen die Hem aanroepen. Want een iegelijk die de Naam des Heeren
zal aanroepen zal zalig worden. Hoe zullen zij Hem dan aanroepen, in
Welken zijn niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van
Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun
predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden?
Gelijk geschreven is: “Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen die
vrede verkondigen, dergenen die het goede verkondigen!”
Doch zijn zij niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest, want
Jesaja zegt: “Heere, wie heeft onze prediking geloofd?” Zo is dan
het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods. Maar ik
zeg: “Hebben zij het niet gehoord?” Ja toch? Hun geluid is over de gehele
aarde uitgegaan en hun woorden tot het einden der wereld. Maar ik
zeg:
“Heeft Israel het niet verstaan?” En Jesaja verstout zich en zegt: “Ik
ben
gevonden van dengenen die mij niet zochten. Ik ben openbaar gewor-
den dengenen die naar Mij niet vraagden.” Maar tegen Israel zegt
Hij: “Den gehelen dag heb ik mijn handen uitgestrekt tot
een ongehoorzaam en tegensprekend volk.”
Het Nieuwe Testament van de Bijbel - Romeinen 10:5-21
|

De les van onschuld
De uitkomst van de les dat Gods Zoon zonder schuld is,
is een wereld waarbinnen geen angst bestaat en alles verlicht is
met hoop en sprankelt met een zachtaardige vriendelijkheid. Niets
of het roept naar jou in een zacht verzoek of het jouw vriend mag zijn,
en zich met jou mag verenigen. Nooit blijft een roep ongehoord, wordt
deze verkeerd begrepen, of blijft hij onbeantwoord in dezelfde taal als
de roep zelf werd gemaakt. En jij zult begrijpen dat het deze roep is die
iedereen en alles in de wereld altijd heeft gemaakt, maar jij had hem
niet waargenomen zoals hij was. En nu zie jij in dat jij het mis had.
Jij werd misleid door de vormen waarin de roep verborgen
lag en dus hoorde jij hem niet en verloor een vriend
die altijd deel van jou wilde zijn.
Het zachte eeuwige roepen van elk deel van Gods
Schepping naar het geheel wordt door heel de wereld gehoord.
Er is geen levend wezen dat niet de Universele wens deelt dat
het
heel is en dat jij zijn roep niet ongehoord laat. Zonder jouw antwoord
is hij achtergelaten om te sterven, zoals hij van dood is verlost wanneer
jij zijn roepen hebt verstaan als de aloude roep om leven en hebt begrepen
dat het slechts jouw eigen is. De Christus in jou herinnert zich God met
alle
zekerheid waarmee Hij Zijn Liefde kent. Maar alleen wanneer Zijn Zoon
onschuldig is kan Hij liefde zijn. Want God zou inderdaad angst
zijn als
hij die Hij onschuldig schiep een slaaf aan schuld zou kunnen zijn.
Gods volmaakte Zoon herinnert zich Zijn schepping,
maar in schuld is hij vergeten wat Hij werkelijk is.
De vrees voor God resulteert net zo zeker uit de les
dat Zijn Zoon schuldig is, als Gods Liefde herinnerd moet
worden wanneer hij van zijn onschuld hoort. Want haat moet
vrees
voortbrengen en naar zijn bron als zichzelf kijken. Hoe fout
heb jij het die tekort schiet om de roep te horen die voorbij elke schijn-
bare roep
om dood
klinkt, die achter elke moorddadige aanval zingt, en
pleit dat liefde de
stervende wereld herstelt. Jij begrijpt
niet wie jou roept
vanachter elke vorm van haat, elke roep om oorlog. Maar jij zult Hem
herkennen wanneer jij Hem antwoord in
de taal waarin Hij roept.
Hij zal verschijnen wanneer jij Hem hebt geantwoord
en jij zult in Hem weten dat God Liefde is.
Een fragment uit hoofdstuk 31 van Een Cursus In Wonderen
|

De muziek van de mensen
De muziek van de mensen is gelijk een zeldzame en liefelijke bloem die
temidden van opdringerig onkruid groeit. Duizenden passeren haar, terwijl
anderen haar onder de voet vertrappelen. En dus is er de kans dat zij zal
verteren voordat zij wordt gezien door die ene onderscheidende spirit die
haar boven alles zal prijzen. Het feit dat niemand vooralsnog is verrezen
om het meeste van haar te maken, bewijst niet dat er niets is.
Antonin Dvorák
|

Het aloude lied
Luister en probeer te bedenken of jij je herinnert waarvan wij nu
zullen spreken. Luister… misschien vang jij een vleugje op van een
niet
geheel vergeten aloude toestand, vaag misschien en toch niet geheel en al
onbekend. Zoals een lied waarvan de naam jou lang geleden ontgaan is en de
omstandigheden waarin jij het hoorde volledig vergeten zijn. Niet het
gehele lied
is jou bijgebleven, maar net een zweempje van de melodie; niet
verbonden aan
een persoon, een plaats, of iets bepaalds. Maar jij herinnert je, van net
dit kleine
beetje, hoe liefelijk het lied was, hoe geweldig de omstandigheden waarin jij het
hoorde en hoe jij degenen liefhad die bij jou waren en met jou meeluisterden.
De noten zijn niets, toch heb jij ze bij je gehouden - niet om de noten, maar
als een zachte herinnering aan wat jou doet wenen wanneer jij je herinnert
hoe
dierbaar het jou was. Jij zou het je kunnen herinneren, toch ben jij bang, gelovend
dat jij de wereld die jij sindsdien geleerd hebt zult verliezen. En toch weet jij dat niets
wat jij in de wereld hebt geleerd jou ook maar half zo dierbaar is als dit. Luister en
kijk of jij je een aloud lied herinnert dat jij zo lang gelden kende en meer liefhad
dan enige melodie die jij jezelf sindsdien hebt geleerd om te koesteren. Voorbij
het lichaam, voorbij de zon en de sterren, voorbij alles wat jij ziet en toch op
de een of andere manier bekend, is een boog van gouden licht die zich,
terwijl jij kijkt, uitstrekt tot een grote schijnende cirkel. En de gehele
cirkel vult zich voor jouw ogen met licht.
De randen van de cirkel verdwijnen en wat zich erbinnen bevindt is in
het geheel niet langer omsloten. Het licht neemt toe en beslaat alles, zich
tot in de eeuwigheid uitstrekkend, voor eeuwig schijnend en waar dan ook
zonder breuk of beperking. Erbinnen is alles verenigd in volmaakte continuïteit.
Noch is het mogelijk om je voor te stellen dat er iets buiten zou zijn. Want er
is nergens dat dit licht niet is. Dit is de visie van de Zoon van God, die jij heel
goed kent. Hier is het zicht van degene die zijn Vader kent. Hier is de
herinnering aan wie jij bent, deel hiervan, met dit alles binnenin jou
en met alles verenigd zoals alles met jou verenigd is.
Accepteer de visie die jou dit kan geven en niet het lichaam. Jij kent
het aloude lied en jij kent het goed. Niets zal jou ooit zo dierbaar zijn als
deze aloude lofzang van liefde, die de Zoon van God nog steeds naar zijn
Vader zingt. En nu kunnen de blinden zien, want datzelfde lied dat zij in lof
voor hun Schepper zingen verheerlijkt hun eveneens. De verblinding die
zij
hadden gemaakt zal de herinnering aan dit lied niet in de weg kunnen staan.
En zij zullen op de visie van de Zoon van God kijken en zich herinneren van
Wie het is dat zij zingen. Wat is een wonder anders dan deze herinnering?
En wie kan er zijn in wie deze herinnering niet ligt? Het licht in één
ontwaakt het in allen en wanneer jullie het in elkander
zien zul jij je het voor iedereen herinneren.
Een fragment uit hoofdstuk 21 van Een Cursus In Wonderen
|
|